01/07

Mijn lichaam gloeit ‘n miniem beetje. Wanneer ik ‘n blik op de thermometer werp en die mij subtiel verteld dat het 39 graden is buiten, lijkt dat simpelweg ‘n logisch gevolg van de zomerse hitte.

Maar wàuw. Ondanks enkele tegenstribbelingen die er in mijn hoofd tegen elkaar pleiten en discussiëren dezer dagen, ben ik één dolgelukkig individu om duizend-en-één-redenen. Tegenwoordig is alles effectief wel één groot feesje, waarvoor immense dankbaarheid aan ieder die bijdraagt te veroorzaken.

De stress van algemene keuringen.

Terwijl Ello op de achtergrond wat zingt en ik vlotjes meemompel en neurie, overloop ik in mijn hoofd de voorbije week.

Hoogtepunten vestigen zich op plaatsen waar deze normaal niet gevestigd zijn. Deze week nam ik immers één nieuw vriendinnetje mee naar huis en gooide haar regelrecht zonder enig schroom voor het continentale ouderblok (met als extra: één grote, kwijlende en lichtelijk agressieve hond waar zij dat wil). Maar dat ging allemaal…Zeer vlotjes. Ergens had ik zelfs in het achterhoofd dat ik degene was met de meeste stress voor de prille ontmoeting. Mevrouw blendde in als een nieuwkomend lid van de familie en vond dat best wel boeiend. Omgekeerd zal dat hetzelfde gelden: mijn ouders besloten dat continentale blok dat ze vormden even om te vormen tot lieflijke glimlachjes en geïnteresseerde gesprekjes (en oh, thank god. Grote hoera).

Twee dagen later was het mijn beurt om voor de wolven gegooid te worden, om het relatief hard te vermelden. Plots zat ik op één of andere late bus met een geruststellende blondinne die mij vergezelde naar haar dorp. Rampscenario’s wroetelen star door mijn hoofd en vertelden over verkeerde dingen zeggen (”ja, hoi! Oh, jij ben de moeder! Leuk! Hoi! Dag Rita…Ow, dus je naam is niet Rita…”), over klaargemaakt voedsel dat ik niet zou lusten (met alle vernietigende, verstarde blikken vandien), over het omlopen van één of andere vaas van wijlen familielid (waarbij ik in alle waarschijnlijkheid probeerde excuses te verzinnen in de aard van; ‘het was de hond!’) en over simpelweg niet passen in ‘n mooi huis met ‘n leuke familie. Vrijwel meteen bleek dat ik mij erbarmelijk had vergist. De rampscenario’s over etende Rita’s in een mooi huis waar ik niet thuishoorde, werden de laan uit gestreden en ik bleef over in de realiteit.

En als slotzin concluderen we dat dit…Gewoon immens goed aan het lukken is allemaal. Groot feestje!

Zonnige ‘intellectualiteit’.

Een individu met zwart haar dat onder lichte invloed is van statische elektriciteit (en zo moreel verantwoord is dat het simpelweg soms ziekelijk zou worden, overigens) en ikzelf, zitten in het park. We hebben een uurtje geleden plaats genomen op drie vintage dekens en zijn nu omsingeld met de nodige pannenkoeken, chips, cornflakes, appels, watermeloen, Fanta en Smirnoff. Beiden liggen we nogal dood neer door een teveel aan voedsel dat we op korte tijd hebben binnen gespeeld. Zonet werd er algemeen besloten dat we evengoed even passief konden wezen terwijl we enkel onze stem zouden kunnen gebruiken om eventuele voorbijgangers te bekritiseren.

Tien minuten later krijgen we bezoek van meneer-met-de-fluo-kledij. Met name kan ik dit beter verwoorden als; ‘mijn beste vriendje komt even op bezoek’. Maar enkel dat is niet het enige bezoek dat we kregen: drie meest marginale individuen hadden drie meter verder dan ons plaats gevonden. We ontleden hierbij subtiel één halfnaakte kerel die het broodnodig vond zijn lijf te showen, één vent die zich tegoed deed aan wijn en joints, en één vrouwelijk wezen wiens niveau niet hoger besloot te reiken dan het gemiddelde koolmeesje dat vleugels verloor en wegkwijnt op de barre grond.

En zo, leverde dat wel een aantal hilariteiten op van mevrouw intellect, drie meter achter ons:

“Sommige mensen zijn échte wijven. Maar ik, ik ben zo’n echte lady gewoon”. (wij zijn immens blij voor je, schat, dat je de kracht hebt gevonden je niet te rekenen bij de mensen die met de jaren wél tot inzicht komen).

“Oh, ‘t is echt warm, ik wilde dat ik m’n broek kon uitdoen”. (altijd ‘n leuke zin wanneer men weet dat de twee mannelijke individuen daarna met hun mond open van verbazing ietwat onsmakelijke scénes in hun hoofd laten kronkelen).

“Die lucht doet goed. Stel u voor dat we dat niet hadden”. (euh. Ja).

“Gisteren zag ik homoporno op TV. En dan zo nen dikke kerel: ‘yeahyeahyeah’”. (grote bijdrage in het gesprek die plots verscheen na een lange stilte).

Tot zover kleine uiteenzetting over niveau in het park op ‘n wel veel te warme namiddag met veel te veel aan voedsel.

De meest romantische stroming.

We zitten in het parkje met volledige vergezelling van mevrouw de zon. Terwijl zij zich door een aantal pagina’s kunstgeschiedenis aan het worstelen is, ben ik mezelf aan het entertainen met foto’s te nemen van insectjes. Mijn pauzes van deze vermoeiende bezigheid resulteren zich in mijn boek openslaan en stil te lezen.

Ze zucht. Zoals steeds. En zoals steeds beseffen we ook weer algemeen dat het ‘n subtiele zucht naar aandacht is. Mijn ogen focussen zich daadwerkelijk nog steeds op het boek, naar één punt deze keer, weliswaar. Ik bedacht kort waar de tijd heen was dat ik zo voor de cursus kunstgeschiedenis neerplofte en reddeloos probeerde de bovenhand te halen van het ding.

Bij die gedachte grijp ik plots spontaan naar haar extra notities en begin ik in mijn hoofd alles te overlopen. De conclusie kwam snel; ik kende er niéts meer van. Mijn blik wierp zichzelf bovenaan de pagina en las het titeltje; “Stroming: Romantiek“.

Uit mijn ooghoek zag ik haar kijken. Ik keek naar haar en schudde mijn hoofd: “ik ben nooit goed geweest in romantiek”. Het was eruit voor ik er enige argwaan in had.

De hilariteit resulteerde in een gigantische aanval, middenin het park. Zo ééntje in de sfeer van zoete wraak. De beste.

Hilarische hulp.

Deze week is zowat de week waarin ik in staat word geacht iets bij te leren over E.H.B.O. Toegegeven moet ik vermelden dat de opzet aan het slagen is en het mij in principe wel boeit. Maar gezien deze leerstof zich aan het manifesteren is binnen de geweldige muren van Groep T en bijgevolg de komische individuen, kan er zich eveneens soms wel hilariteit in terug vinden.

Ik citeer:

“Wanneer je in de auto aan het rijden bent en je ziet iemand aan de kant van de weg in de auto zitten die net een ongeluk heeft gehad, wat is het eerste dat je doet?”“je auto stil leggen”“ehh, ja, en nadien?”. De jongen twijfelde even en besloot dat hij het deel in verband met ‘uit de auto stappen’ best maar oversloeg. Triomfantelijk glimlachte hij en vermeldde doodleuk; “de deur van de andere auto opendoen!”. Op deze zin werd er gereageert met een wel zeer luide maar geamuzeerde zucht van de docent.

Naast hilarische conversaties, filmpjes over geamputeerde vingers, drukverbanden per ongeluk kapot scheuren en het reanimeren en beademen van poppen, bleef er maar één gedachte over; het gemis van deze precieze komische avontuurtjes die er volgend jaar niet meer zullen zijn.

Maar wanneer we optimistisch blijven, zullen we toch maar even vermelden dat we er dan nu met volle teugen van genieten! (Hoe vaak maakt men dit optimisme mee in deze blog?)

Nachtelijk Bezoek

 

 

Het is tien na twaalf en ik zit samen met mijn metgezel in de vertrouwde kelder. Binnen vijf minuutjes zal ik op weg gaan naar mijn trein, die razend snel weg zal suizen en mij naar mijn eigen bed zal begeleiden.

“Geef je mijn schoenen? Die staan buiten”, vraagt ze dan.

Met een subtiele handomdraai gris ik de schoenen weg van de grond en overhandig ik ze haar, alsof het een gewone, dagelijkse zaak is. Plots merken we beiden samen twee zielige hoopjes glibberig bruinbeige op, pal in haar schoen.

Meneer en mevrouw slak staarden verwonderlijk en betrapt naar ons, terwijl we in alle impulsiviteit plots hetzelfde uitschreeuwden. Ik grijp in een fractie van een seconde naar mijn fototoestel, terwijl zij op datzelfde moment naar een wit papier graait dat als achtergrond zou fungeren.

Nadat we klaar waren met een minieme fotosessie, doopten we hem met een luide lach ‘Rogér’, waarna onze Rogér met gejoel gekatapulteerd werd tussen het bladerdek.

We knikten goedkeurend en ze ontving een kus van mij op haar wang. Omdat ze gewoon, toegegeven, veel te grappig is voor woorden.

‘n Beetje euforisch.

Vandaag was ronduit de meest bizarre dag van het hele jaar. Waar mijn euforie zich al twee weken tot uiting had laten komen, werd hij vandaag tot de meest hoge top gebracht. Toegegeven is dat best wel vreemd, gezien mijn euforie zich vanuit pure impulsiviteit de wereld heeft ingeplaatst.

Maar gelukzaligheid heeft altijd twee bijzonder vreemde zijden. De ééne is nog steeds aantrekkelijker dan de andere, maar jammer genoeg heeft men bar weinig te kiezen over het feit welke zijde het meest tot uiting zal komen. Ik heb een dodelijk geluk dat mijn euforie op dit moment boven alles uit aan het torenen is en ik me pas binnen enkele dagen zorgen kan beginnen maken over wat andere mensen zullen beginnen zeggen over mijn bijzonder fantastisch nieuwe metgezel.

En eigenlijk, toegegeven…Is dat best wel spannend.

En toen…

Terwijl Lou Rhodes mij vandaag vergezelde op de treinrit Brussel richting Landen, had ik tijd om na te denken. We kwam subtiel tot het besef middenin voorblij flitsend groen landschap, dat we voor even wel weer gelukkig waren.

Ik zeg alvast hoera!

Keuzes.

Soms valt het zich af te vragen of dingen effectief echt anders geweest zouden zijn, moesten we in onze fantastisch onbezorgde kindertijd andere beslissingen hebben genomen. Misschien zou het kunnen dat men in lang vervlogen tijden toch steeds op dezelfde plek terecht komt, met dezelfde ideeën en visies, en het nog maar amper verschil maakt met wie men omging. Of met wie men nachtenlang woelde in eindeloze conversaties en ruzies. Of hoe men een hele levensstijl opbouwde door in contact te komen met een diversiteit aan individuen. Of mensen leerde kennen via andere mensen, en nogmaals andere mensen leerde kennen via deze mensen die lange drama’s veroorzaakten. Of net genoeg geld had door een toevalligheid om hierdoor op reis te gaan, waar de plaatselijke cultuur ontzettend zou beïnvloeden. Of hoe men op één enkel afsplitsing des ideeën toch de andere, geplaveide gouden weg insloeg, die even verderop bedekt was met schaduwen.

De ‘wat-als’-vraag komt effectief wel vaker voor. Jammer genoeg is hier ook niet echt ‘n antwoord op te vinden. ‘t Is natuurlijk ook wel ‘n feit dat deze betrekkelijk irritante vraag vooral opduikt wanneer levens een beetje verwoest raken en men liefst een auto wil inspringen en al rijdend de zon wil volgen, naar god weet waar, zonder enig besef van iets of iemand.

Toch ben ik miniem een sublieme voorstander van het idee dat mensen je deels maken tot wie je bent en wie je later zal zijn. Dat ze je voor een groot deel laten experimenteren met sociale vaardigheden, ideeën, handelingen en een beeld voorhouden dat thuis kan betekenen voor even.

Op dit moment staan we denkelijk weer aan ‘n afplitsting. Weliswaar een afsplitsing van de moeilijke soort (want geef toe; dat zijn ze toch meestal wel weer?). Ik ben nooit goed geweest in keuzes. En al van kleinsaf sla ik bij elke keuze de meest makkelijkste weg in, simpelweg omdat ik stiekem wel een kuddebeest ben dat houvast nodig heeft. Tot nogtoe bracht houvast mij niet erg ver. Toegegeven zal ik vermelden dat ik wel een boel leerde en na talrijke jaren evolueerde tot wat ik nu ben.

En op sommige momenten, ben ik nog zo slecht niet. Maar op de meeste momenten, zou er zoveel beter kunnen zijn. & Dan rest er enkel nog de vraag, of dat niet altijd zo is, welke keuzes men ook zal maken.

Sluimeren.

De voorbije weken waren, ik moet het toegeven, erg druk op sociaal vlak. Ik kan mij nog amper de momenten in mijn hoofd halen dat ik een pruillip de wereld in stuurde en lief zou vermelden dat ik ‘geen zin had in sociaal contact’. Die zin en dat gevoel zijn lang vervlogen tijden.

Na de enkele weken sociale drukte en op sommige momenten pure gelukzaligheid vanwege het weinige werk, de vrijheid en enkele leuke momenten, heerst er nu stiekem rock bottom. Er zijn honderdduizend dingen die langzaam sluimeren in mijn hoofd. Deze dingen zouden een waar drama kunnen ontrafelen. Het soort dat mij eventueel zou opluchten van alle drukte die er heerst binnenin. Maar dit zijn eveneens dingen die ik zelf niet onder ogen durf te komen. Die niet mogen uitgesproken worden, want bepaalde elementen kunnen dan niet meer terug. De voorbije maanden ontwikkelde ik eveneens een nieuw aspect. Waar ik het vroeger razend moeilijk mee had dingen te negeren die mijn hoofd door het dolle heen lieten gaan, baken ik nu voor mezelf een kleine muur af. Waar ideeën, handelingen of gevoelens dwars zitten, schud ik even mijn hoofd en wimpel ik ze weg. Jammer genoeg besef ik zelf wel dat ze er nog steeds zijn, maar ze blijven dan simpelweg op de achtergrond. Of dit zo’n goed ding zal zijn, valt sterk te betwijfelen. Ik lijk onbewust oppervlakkig te willen blijven, te weigeren bepaalde dingen onder ogen te zien, omdat het zou lijken alsof deze bijgevolg absoluut niet aanwezig zouden zijn. (We geloven in sprookjes).

Er bestaan vrezen, dat wanneer ik mezelf deze dingen ten volle zal laten beseffen, ik zal instorten voor onbeperkte tijd. En als dat niet cliché genoeg zal klinken, zal ik erbij vermelden dat er binnenkort een (sociaal) drama om te hoek zal komen kijken en een hele stad zal neergooien.

« Vorige ingaves Volgende Pagina » Volgende Pagina »