Driftkikker tot de tweede.

december 8, 2008

Afgelopen vrijdag vertoefde ik omstreeks acht uur bij mijn nichtje (type: vijf jaar, hyperactief, schreeuwend, en ontzettend koppig). Ik keek naar het spelletje dat ze met haar mama aan het spelen was en luisterde geboeid naar haar furieuze woorden; “en jij wint AL-TIJD, want jij doet dat FOUT en ik win NOOIT”.

Tegen de tijd dat de volwassenen er genoeg van hadden, had mijn nichtje ‘per ongeluk’ ineens zes keer gewonnen. Ik meen me te herinneren dat ik dat niet enkel ‘goed geluk’ noemde, toen ik tante haar knipoog richting mij zag vliegen.

Mijn nichtje is een driftkikker op vijfjarige leeftijd. Ergens heb ik niet de capaciteit om haar daarover te veroordelen: zelf ben ik een driftkikker op twintig-jarige leeftijd (ik schaam me diep). Waar haar koppigheid haar met twee vuisten laat slaan op de houten salontafel, laat mijn koppigheid me furieus een schel en gevat antwoord richten tot degene die -in mijn ogen, uiteraard- wat verkeerd zei. Dat was vroeger wel anders. Ik geloof dat er verschillende factoren hebben bijgedragen aan mijn koppige ‘gevatheid’, waarvan ik nog steeds niet goed weet of ik hem als positief of negatief zou moeten beschouwen.

Maar gezien ik morgen om kwart na zes uit bed moet rollen, is dit uur (hoe vroeg het ook mag zijn) ook alweer geen uur om daarover na te peinzen.

Leave a Reply