Switch.

maart 26, 2009

Het is dag 29 van mijn stage als -let’s admit- werkende mens. Wanneer we morgenavond omstreeks dit uur aanwezig zullen zijn in een ruimte met een dertigtal mensen die ik niet ken, zal ik kunnen vermelden dat mijn periode als werkende mens mij voor even vaarwel heeft gekust.

De voorbije weken (en hoogstwaarschijnlijk de komende eveneens) laat ik mij voor het absolute gemak meevoeren met de massa. De kleine kalender op mijn muur barst van de notities en de krabbeltjes hier en daar: mevrouw heeft het druk. Druk op een manier dat ze het al lang niet druk had: de sociale manier. De manier waarop men in één maand naar Madrid, Amsterdam en Londen reist. De manier waarop men naar lucht zal happen tussenin, maar eveneens de manier waarop alles samen mooi op zijn plek zal vallen in alle gelukzaligheid, voor even. De manier waarop ik probeer te vergeten wat was, en probeer te negeren wat kan zijn.

De laatste weken waren actief zonder tegenstribbelingen van mijn kant tegenover verplichtingen. En misschien was dat wel volledig nieuw. En misschien was ik wel tot meer in staat dan ik in eerste instantie ooit had verwacht.

Dingen veranderen. Ik verander. En als ik niet zo ongelooflijk vermoeid was op dit moment, ik zou dankbaar en hooguit individueel een wannabe- mexican wave organiseren voor mezelf. Misschien dan.

Euforische Lente.

maart 17, 2009

Tegenwoordig zult u, wanneer u goed kijkt in de Tiense straten, een vrolijk en roodharig meisje zien rondwandelen.

Ik ben in totale euforie. Sinds gisteren heb ik mijn dikke winterschoenen aan de kant gezet en ruilde ik ze om voor zomerschoentjes (uhu, zo van die niemendalletjes). Ik gooide mijn jas in de kast -tot grote ergernis van het mamafiguur kunt u dat ‘gooien’ wel erg letterlijk nemen- en wikkelde mijzelf in een lange golf. Om even alles in een geweldig cliché te omvatten: het is lente. En het werd tijd.

Op deze dagen is het jammer dat ik niet in Leuven vertoef. Leuven, vertrouwde Leuven. Met oude straten, bekende gezichten en lachende mensen met een ijsje. Toch was vandaag bijna even goed, toen ik mijn langverloren dominant figuur terug even naast mij had zitten op ‘n bank. Met zwart, ontploft haar en expressieve gezichten maakte ze enkel en alleen weer uitspraken die zij kon maken.

Sommige dagen zijn door één simpele en minieme gebeurtenis, gepaarde gaande met een beetje zon, net de dagen die men nodig lijkt te hebben.

Treinmarginaliteit.

maart 13, 2009

“Plof”.

Eindelijk. Na exact zes uur lesgeven, één uur wandelen met gezeul en twee uur les volgen, gooide ik mezelf neer op de treinzeteltjes van de NMBS. De NMBS is, na lange dagen, toch stiekem wel mijn toevluchtsoord. Het is een koppeling tussen werk en thuis, waarin ik even helemaal niets meer hoef te doen buiten mijn favoriete bezigheid: kijken naar voorbij flitsende landschappen en huisjes in snel tempo zonder zelf moeite te moeten doen.

Ik zuchtte even opgelucht, waarop een schuine buurjongen even vanuit zijn ooghoek gluurde. Mijn innerlijke zelf besloot te negeren en te grinniken tegen haarzelf in de spiegel. De trein ging net vertrekken. Ik zat helemaal alleen en gezellig in mijn vierzitje in de gezellige warmte. Plots vloog de deur met een ruk open en kwam er een slank meisje met blond, opgestoken haar en een smalle jeans glimlachend de wagon binnen. Op de voet volgde haar compagnion: meneer met het lange haar en een reistas, al even dolgelukkig als zij. Ze wierpen snel een blik op de lege plaatsen voor mijn voeten en ploften zich, net zoals ik nog geen drie minuten geleden had gedaan, doodleuk neer.

De volgende tien minuten waren -naar mijn onbescheiden en onverdraagzame mening- een hel. Met dat handjes vasthouden, die perfecte tanden bloot glimlachen, dat lonken, dat kussen en meer van dat kleffe gedoe. Maar daar bleef het niet bij: stereotype als dat ze waren, besloten ze er nog een schepje bovenop te doen. “Ik zie je graag” – “Ik zie je liever” – “Nee, hoor” – “Kom je straks naar mijn thuis, om te eten?” – “Of jij naar mij?”.

Ik bedoel, echt, ronduit en absoluut: kots. En alsof dat niet genoeg was om te bewijzen hoe laag hun IQ op dat moment zat rond te zweven in de wagon, kwam er het volgende: “Crawl, dat is toch niet met een ‘w’ erbij?”. Mijn ogen flitsen een heel cirkeltje in het rond in mijn oogkassen en ik moet opletten dat ik de jongen-met-de-snuggere-vraag niet even zou toelichten hoe slim hij wel niet geworden was. Het meisje moet mijn frustratie hebben opgemerkt. In het raam zag ik haar even een blik op mij werpen, toen ze zich daarna weer tot haar goddelijkheid zelve besloot te richten: “maar gij, natuurlijk!”. Op de koop toe besloot ze het nog even te spellen. Ze feliciteerden zichzelf met een kauwgompje, en ze bedachten dat het een leuk idee zou zijn voor mij om mij te laten meegenieten van dat ronddraaidende ding in hun mond. (Hoe-ra, zeg).

Ze keken elkaar in de ogen en zwijmelden even weg. Plots was het er: “ik ben zo blij dat ge mee gaat naar Landen vandaag”. Ik schrok, rolde nogmaals met mijn ogen en vroeg me af waarom ik nog niet eerder had bedacht dat deze twee marginalen inderdaad wel eens nog een extra stop maakten met mij tot marginale Landen.

Ik griste mijn spullen en waande me naar de volgende, absoluut stille wagon. Het verwerkingsproces kon beginnen.

Ik ben de laatste tijd relatief makkelijk in het aanvaarden van dingen die evolueren. Meestal met het nodige weerloze gespartel in het begin, waarvan er later her en der nog de laatste korte stuiptrekkingen heersen. Maar ik lijk grandioos te vervallen als enkele relaties blijken op een breekpunt te staan, ookal zouden het slechts luttele fantoomkronkels zijn. Kalmte die aanwezig zou moeten zijn, barst resoluut binnenin, en maar slechts enkele keren komt er een moment waarop mijn ogen en de kromming van mijn lippen vertellen wat ik echt wel niet wil zeggen.

Er is geen enkele zin aanwezig die zou pleiten voor verandering en breekpunten. Niet zo en niet op deze manier. Niet wanneer het mijn fout zou zijn en niet wanneer ik zelf reddeloos zou moeten toekijken, onwetend wat te doen. En daar sta ik dan, alweer net dat beetje verdwaald, met een ademhaling die geen enkele vorm van ritme aan het vertonen is.

En hvar ert þú

maart 3, 2009

En hvar ert þú

So I miss Paris. Paris and much more.