Back from London.
april 26, 2009
Twee dagen geleden vertoefde ik op de Eurostar die mij van Londen naar Brussel terug zou brengen. Onderweg staarde ik naar flitsende landschappen met Alanis Morissette op de achtergrond en een slapende metgezel (die bijgevolg niet voor één keer zeurde) naast mezelf.
Op dit moment besefte ik dat wat ik had gedaan, goed was geweest. Vooral voor mezelf. Een jaar geleden had ik nooit gedacht dat ik op de trein zou zitten om een week met mensen om te gaan in een ander land die ik helemaal niet goed kende. Dit was een manier waarop ik mezelf vertelde dat ik evolueer. Een manier waarop ik er best tevreden mee was.
Londen zelf was koel met een mix van Gothiek en maar blijven proberen meer te ontdekken van de stad. Natuurlijk waren er gefrustreerde momenten, zoals de momenten waarop mijn oren verlangden naar een oordopje onder druk van zoveel gezeur, of het moment waarop ik duizelig in de tube aan Piccadilly Circus vertoefde. Maar de momenten waarop ik wandelde door Oxfort Street, St Paul’s op mijn netvlies werd gegrift, ik samen met iedereen ’Vrolijke Vrienden’ zong in een rode bus terwijl ik uitkeek over wijde straten of wanneer er een eekhoorn schuw een nootje kwam stelen uit mijn rechterhand, waren momenten die alles compenseerden.
En nu, nu zijn we voor een tijd thuis. Stiekem probeer ik er alles aan te doen om zo lang mogelijk uit een mogelijke sleur te blijven. We’ll see.
We zwaaien weer even gedag.
april 18, 2009
En we zijn er weer mee weg. Dit keer voor ietwat professionelere doeleinden. Dat is althans wat ik me voor ogen zou moeten houden.
Maar als individu dat nog nooit Londen zag (en vroeger wel uren vertoefde aan het strand met kijken naar ‘de overkant van het water’ want ‘het was heus niet zo mistig dus ik zou Engeland wel eens kunnen zien!’) kan men mij het niet kwalijk nemen dat ik zo snel mogelijk al het werk achter de rug wil hebben en meteen wil beginnen aan absolute verkenning via metrokaartjes en stadsplannen.
En al moet ik tot ’s nachts doorwerken en iedereen hysterisch wakker houden, Londen zal de mijne zijn…Dat ik het u zeg!
Nederland…Was énig.
april 17, 2009
De voorbije dagen onthaalde Nederland mezelf met een positieve glimlach. Mevrouw kotgenoot inviteerde, en bijgevolg werd er sterk beaamd dat we eindelijk eens in een gastgezin werden gegooid. Ik zal eerlijk zijn: ik hou van zo’n soort nieuwe dingen. Stiekem pronkte op mijn ‘Wants To’-lijstje al een tijd ‘gastgezin’ (omdat men dat simpelweg toch wel ‘ns moét gedaan hebben?), en bijgevolg kan ik dat nu mooi aanvinken en luidkeels ‘check!’ roepen. Het gastgezin van mevrouw kotgenoot had een mooi huis, geweldige kamer en een immense luxe na de twee hostels van dit jaar.
Calculeer hierbij dat mevrouw kotgenoot drie dagen lang vermoeide gids speelde door het gezellige Amsterdam-met-zijn-grachten, het Delft-met-zijn-blauw, het Den Haag-met-zijn-mooie-boom-en-verder-niets en het Scheveningen-met-zijn-hopen-zand-en-zee. Het was ‘n gigantische luxe dat alles voor ons werd geregeld: van de metroticketjes tot de treinticketjes, tot het eten en tot de luxueuze slaapplaats. Waarvoor uitdrukkelijk dankjewel, natuurlijk.
Er werd stiekem verwacht van mijn kant dat Nederland hetzelfde zou zijn als België. Met dezelfde straten, dezelfde mensen (maar dan wat luidruchtiger, natuurlijk) en dezelfde visies. Ik zal mooi toegeven en zeggen dat ik eveneens fout was: alles wat vrijwel volledig nieuw. En des te beter.
Hoera voor een continue vlaag van goede verandering en het meeslepen in nieuwe culturen. Op naar de volgende.
Ola! (Madrid, anyone?)
april 16, 2009
Ze is terug. Terug van Madrid. Terug van het drukke verkeer en de plotse avondstilte wanneer men één van de grootse parken binnen wandelde en terug van haar stevige portie warmte en cultuur.
Het was een grote ‘wauw’. Meegedreven door een stratenplan en meneer metgezel verzeild geraakt in de meest bizarre bekeide straatjes van Madrid en uitgekomen op de meest indrukwekkende, maar gezellige gebouwen van Toledo. We werden subtiel neetgeploft middenin het op en neer deinen van metrogebruik, in de zon liggen en blijven wandelen tot blaren schreeuwen en enkels huilen en hierna ergens gaat liggen. Of deze ligplaats zich nu bevond vlakbij een grote markt met verleidelijke Spaanse waaiers, het simpelweg de kamer was van onze ‘Hostel der Horror’ die helemaal geen horror leek te bezitten of op het meest zachte gras waar we plots op sensitieve en energieke wijze Tai-Chi leerden van meneer ‘Jezus’ (…Of was het nu ‘Gesus’?)
En dit allemaal met een goede portie Spaans gebrabbel op de achtergrond. Wanneer dit Spaans gebrabbel op de voorgrond kwam, snelde mijn woordenboekje te hulp om vredig toe te geven aan de nationale mentaliteit: de taalkoppigheid. Middenin de taalkoppigheid kleurde ik (samen met een wel aardige dosis nieuw aangeleerde Spaanse woordenschat, go me!) stillaan rood, waarna ik op herfstachtige wijze een bruine tint kreeg. Hoera! Het eerste zonlicht!
Madrid maakte vrolijk. Vrolijk en tevreden. En meer hoeft dat niet te zijn.
Over koffergevechten.
april 4, 2009
We staan voor de kast. Men kent ze wel: type ‘veel te grote opbergruimte die maximaal wordt benut zodat alles nu in een zooi verfrommeld op elkaar ligt vanwege frustraties’.
Ik heb een missie. Een zeer belangrijke missie nog wel. Dit meisje moet haar koffer maken voor een vijftal dagen Madrid. Bijgevolg begint ze vol moed, maar toch met net dat beetje tegenzin (wie doet na?). Welgeteld vier uur later heeft bijna de hele inhoud van de kleerkast zich ‘onopgemerkt’ en vooral zeer stiekem verplaatst naar de vloer. De koffer zit bedolven onder een stapel van shirtjes, jassen, sjaals en zonnebrillen. Even later ben ik te vinden bovenop de koffer met mijn dikke reet, volledig in de illusie dat de koffer ‘dan toch écht wel dicht zal gaan’.
Niet dus. Ik zucht even, gooi het ding terug open, en haal alles er weer uit. Wanneer ik daarna alles netjes op plooi en probeer de koffer dit maal dicht te krijgen, sla ik een kreet van vreugde. Met een luide ‘zzziiiip’ staat de koffer op springen, maar is ze wel…Inderdaad, gesloten. Victory!
Ik draai me tevreden om en zie een dodelijk leuke rok op de grond liggen, moederziel alleen en volledig verlaten. Dan krijg ik medelijden. Het soort medelijden dat men niet echt kan plaatsen: is het nu voor die rok die alleen achter blijft, of toch maar voor jezelf…? (we negeren het echte antwoord).
Even wordt er een blik op de koffer geworpen, en weer op de rok. Ik zucht. Daar gaan we dan maar weer…
