Nachtelijk Bezoek

mei 29, 2009

 

 

Het is tien na twaalf en ik zit samen met mijn metgezel in de vertrouwde kelder. Binnen vijf minuutjes zal ik op weg gaan naar mijn trein, die razend snel weg zal suizen en mij naar mijn eigen bed zal begeleiden.

“Geef je mijn schoenen? Die staan buiten”, vraagt ze dan.

Met een subtiele handomdraai gris ik de schoenen weg van de grond en overhandig ik ze haar, alsof het een gewone, dagelijkse zaak is. Plots merken we beiden samen twee zielige hoopjes glibberig bruinbeige op, pal in haar schoen.

Meneer en mevrouw slak staarden verwonderlijk en betrapt naar ons, terwijl we in alle impulsiviteit plots hetzelfde uitschreeuwden. Ik grijp in een fractie van een seconde naar mijn fototoestel, terwijl zij op datzelfde moment naar een wit papier graait dat als achtergrond zou fungeren.

Nadat we klaar waren met een minieme fotosessie, doopten we hem met een luide lach ‘Rogér’, waarna onze Rogér met gejoel gekatapulteerd werd tussen het bladerdek.

We knikten goedkeurend en ze ontving een kus van mij op haar wang. Omdat ze gewoon, toegegeven, veel te grappig is voor woorden.

Vandaag was ronduit de meest bizarre dag van het hele jaar. Waar mijn euforie zich al twee weken tot uiting had laten komen, werd hij vandaag tot de meest hoge top gebracht. Toegegeven is dat best wel vreemd, gezien mijn euforie zich vanuit pure impulsiviteit de wereld heeft ingeplaatst.

Maar gelukzaligheid heeft altijd twee bijzonder vreemde zijden. De ééne is nog steeds aantrekkelijker dan de andere, maar jammer genoeg heeft men bar weinig te kiezen over het feit welke zijde het meest tot uiting zal komen. Ik heb een dodelijk geluk dat mijn euforie op dit moment boven alles uit aan het torenen is en ik me pas binnen enkele dagen zorgen kan beginnen maken over wat andere mensen zullen beginnen zeggen over mijn bijzonder fantastisch nieuwe metgezel.

En eigenlijk, toegegeven…Is dat best wel spannend.

En toen…

mei 17, 2009

Terwijl Lou Rhodes mij vandaag vergezelde op de treinrit Brussel richting Landen, had ik tijd om na te denken. We kwam subtiel tot het besef middenin voorblij flitsend groen landschap, dat we voor even wel weer gelukkig waren.

Ik zeg alvast hoera!

Keuzes.

mei 10, 2009

Soms valt het zich af te vragen of dingen effectief echt anders geweest zouden zijn, moesten we in onze fantastisch onbezorgde kindertijd andere beslissingen hebben genomen. Misschien zou het kunnen dat men in lang vervlogen tijden toch steeds op dezelfde plek terecht komt, met dezelfde ideeën en visies, en het nog maar amper verschil maakt met wie men omging. Of met wie men nachtenlang woelde in eindeloze conversaties en ruzies. Of hoe men een hele levensstijl opbouwde door in contact te komen met een diversiteit aan individuen. Of mensen leerde kennen via andere mensen, en nogmaals andere mensen leerde kennen via deze mensen die lange drama’s veroorzaakten. Of net genoeg geld had door een toevalligheid om hierdoor op reis te gaan, waar de plaatselijke cultuur ontzettend zou beïnvloeden. Of hoe men op één enkel afsplitsing des ideeën toch de andere, geplaveide gouden weg insloeg, die even verderop bedekt was met schaduwen.

De ‘wat-als’-vraag komt effectief wel vaker voor. Jammer genoeg is hier ook niet echt ‘n antwoord op te vinden. ‘t Is natuurlijk ook wel ‘n feit dat deze betrekkelijk irritante vraag vooral opduikt wanneer levens een beetje verwoest raken en men liefst een auto wil inspringen en al rijdend de zon wil volgen, naar god weet waar, zonder enig besef van iets of iemand.

Toch ben ik miniem een sublieme voorstander van het idee dat mensen je deels maken tot wie je bent en wie je later zal zijn. Dat ze je voor een groot deel laten experimenteren met sociale vaardigheden, ideeën, handelingen en een beeld voorhouden dat thuis kan betekenen voor even.

Op dit moment staan we denkelijk weer aan ‘n afplitsting. Weliswaar een afsplitsing van de moeilijke soort (want geef toe; dat zijn ze toch meestal wel weer?). Ik ben nooit goed geweest in keuzes. En al van kleinsaf sla ik bij elke keuze de meest makkelijkste weg in, simpelweg omdat ik stiekem wel een kuddebeest ben dat houvast nodig heeft. Tot nogtoe bracht houvast mij niet erg ver. Toegegeven zal ik vermelden dat ik wel een boel leerde en na talrijke jaren evolueerde tot wat ik nu ben.

En op sommige momenten, ben ik nog zo slecht niet. Maar op de meeste momenten, zou er zoveel beter kunnen zijn. & Dan rest er enkel nog de vraag, of dat niet altijd zo is, welke keuzes men ook zal maken.

Sluimeren.

mei 7, 2009

De voorbije weken waren, ik moet het toegeven, erg druk op sociaal vlak. Ik kan mij nog amper de momenten in mijn hoofd halen dat ik een pruillip de wereld in stuurde en lief zou vermelden dat ik ‘geen zin had in sociaal contact’. Die zin en dat gevoel zijn lang vervlogen tijden.

Na de enkele weken sociale drukte en op sommige momenten pure gelukzaligheid vanwege het weinige werk, de vrijheid en enkele leuke momenten, heerst er nu stiekem rock bottom. Er zijn honderdduizend dingen die langzaam sluimeren in mijn hoofd. Deze dingen zouden een waar drama kunnen ontrafelen. Het soort dat mij eventueel zou opluchten van alle drukte die er heerst binnenin. Maar dit zijn eveneens dingen die ik zelf niet onder ogen durf te komen. Die niet mogen uitgesproken worden, want bepaalde elementen kunnen dan niet meer terug. De voorbije maanden ontwikkelde ik eveneens een nieuw aspect. Waar ik het vroeger razend moeilijk mee had dingen te negeren die mijn hoofd door het dolle heen lieten gaan, baken ik nu voor mezelf een kleine muur af. Waar ideeën, handelingen of gevoelens dwars zitten, schud ik even mijn hoofd en wimpel ik ze weg. Jammer genoeg besef ik zelf wel dat ze er nog steeds zijn, maar ze blijven dan simpelweg op de achtergrond. Of dit zo’n goed ding zal zijn, valt sterk te betwijfelen. Ik lijk onbewust oppervlakkig te willen blijven, te weigeren bepaalde dingen onder ogen te zien, omdat het zou lijken alsof deze bijgevolg absoluut niet aanwezig zouden zijn. (We geloven in sprookjes).

Er bestaan vrezen, dat wanneer ik mezelf deze dingen ten volle zal laten beseffen, ik zal instorten voor onbeperkte tijd. En als dat niet cliché genoeg zal klinken, zal ik erbij vermelden dat er binnenkort een (sociaal) drama om te hoek zal komen kijken en een hele stad zal neergooien.

Het is zestien na één ’s middags wanneer ik deze post typ en ik spendeerde daarnet een halfuur van mijn luttele, onbenullige dag om te staren naar éénder wat me smeekte om aandacht te krijgen.

Ik kwam tot de conclusie dat de wolken buiten me vertelden dat het zou gaan regenen, mijn vloer me vroeg of ik toch echt niet eens wilde kuisen en mijn nieuw plantje bedelde om wat water. Al was het maar een miniscuul klein beetje. Niets van dit alles was in principe benoemenswaardig, tot ik een blik op mijn grijze deur wierp.

Mijn grijze deur is een toonbeeld van de voorbije jaren betrekkende vriendschappen en relatief diepgaande relaties. Duizenden uren geleden kwam dit meisje op het idee om iedereen die haar heiligdom zou betreden, een dikke zwarte stift in de hand te duwen en zou gebieden dat deze persoon een klein kenteken van zichzelf op de deur zou achterlaten. Ik veronderstel dat mijn puberachtige zelf dacht dat ze op deze manier zou weten en beseffen dat ze vriendjes zou hebben. Voor elk vriendje was er een ander handschrift, een ander opschrift dat iets meer vertelde over de verschillende persoonlijkheden met wie ze omging.

Anno 2009 ken ik nog amper iemand van deze deur. De gedachte dwelmde daarnet zelfs in mij op dat ik bij verschillende mensen bewust niet vroeg of ze de alom bekende deur wilden bekladden, want in periodes van bijgeloof had ik zelfs het idee dat tekenen zou vertellen dat deze mensen binnenkort uit het leven van mijzelf zouden verdwijnen (full of shit, right, I know).

Of mensen nu sporen op mijn deur achterlieten, of zelfs bewust niet, heeft het verschil niet gemaakt: de deur staat nog even vol en de mensen zijn evenwel verdwenen naar andere individuen, verzonken in andere, veranderende levens. Het is best wel eng om te beseffen dat de mensen die ik heden ken, ik binnen een jaar niet meer zal spreken. Natuurlijk glimlach ik flauw het idee weg dat ik daar hard om geef: deze dingen zijn jammer. Ik heb sowieso een goede band met sommigen, en een zeer oppervlakkige band met anderen.

Het zijn degene die kortbij staan, die mij intensief en langdurig hebben gemaakt tot wat ik nu ben - degenen waar ik niet zonder kan- waar ik een heftige angst voor ondervind. En zoals altijd en steeds, is dat mijn ‘angst der angsten’. Jammer genoeg.

Wear Sunscreen.

mei 2, 2009

De voorbije week was verrassend fantastisch. Zeven dagen geleden had ik een immens vreemd en tegenstrijdig gevoel over de dagen die zouden volgen (met name: de alom bekende stage met een illustrator).

Wanneer deze periode zou falen, al zou het niets te maken hebben met een gebrek aan talent maar ook simpelweg met een gebrek aan goedkeuring van het algemene aspect van de job van mij, dan zou er een wel erg grote hoop de diepte in gezonken zijn. Maar niets was minder waar: ik hou nog meer van illustreren en sukkelen met technieken dan voorheen. Mezelf zal ik nooit beweren dat ik hier ten volle mijn leven van zal kunnen betalen (daarvoor heb ik net een iéts te grote passie om de trein of het vliegtuig te nemen en weg te gaan naar een volledig andere wereld voor even), maar ik word hier simpelweg wel gelukkig van.

De voorbije week was bijgevolg een week van pure gelukzaligheid en vrijheid (ook al staken er dingen tegen, door de leuke compensatie viel dit best wel weg te duwen). Alles wat ik nodig had, was er. Er was hoop voor later, werken aan dingen die ik leuk vond om te doen, praten met iemand die ik nu effectief wel als vriendin ben gaan beschouwen en ’s avonds een ontspannend wandelingetje maken naar het kot waar de metgezel mij zou verwelkomen. Om eerlijk te zijn had ik absoluut niet meer nodig deze week.

Maar aan alle dingen komen, op de één of de andere bijzondere en jammerlijke manier, een einde. Misschien is dat maar iets waar ik mij op dit moment bij neer moet leggen.