Terwijl Ello op de achtergrond wat zingt en ik vlotjes meemompel en neurie, overloop ik in mijn hoofd de voorbije week.

Hoogtepunten vestigen zich op plaatsen waar deze normaal niet gevestigd zijn. Deze week nam ik immers één nieuw vriendinnetje mee naar huis en gooide haar regelrecht zonder enig schroom voor het continentale ouderblok (met als extra: één grote, kwijlende en lichtelijk agressieve hond waar zij dat wil). Maar dat ging allemaal…Zeer vlotjes. Ergens had ik zelfs in het achterhoofd dat ik degene was met de meeste stress voor de prille ontmoeting. Mevrouw blendde in als een nieuwkomend lid van de familie en vond dat best wel boeiend. Omgekeerd zal dat hetzelfde gelden: mijn ouders besloten dat continentale blok dat ze vormden even om te vormen tot lieflijke glimlachjes en geïnteresseerde gesprekjes (en oh, thank god. Grote hoera).

Twee dagen later was het mijn beurt om voor de wolven gegooid te worden, om het relatief hard te vermelden. Plots zat ik op één of andere late bus met een geruststellende blondinne die mij vergezelde naar haar dorp. Rampscenario’s wroetelen star door mijn hoofd en vertelden over verkeerde dingen zeggen (“ja, hoi! Oh, jij ben de moeder! Leuk! Hoi! Dag Rita…Ow, dus je naam is niet Rita…”), over klaargemaakt voedsel dat ik niet zou lusten (met alle vernietigende, verstarde blikken vandien), over het omlopen van één of andere vaas van wijlen familielid (waarbij ik in alle waarschijnlijkheid probeerde excuses te verzinnen in de aard van; ‘het was de hond!’) en over simpelweg niet passen in ‘n mooi huis met ‘n leuke familie. Vrijwel meteen bleek dat ik mij erbarmelijk had vergist. De rampscenario’s over etende Rita’s in een mooi huis waar ik niet thuishoorde, werden de laan uit gestreden en ik bleef over in de realiteit.

En als slotzin concluderen we dat dit…Gewoon immens goed aan het lukken is allemaal. Groot feestje!

Een individu met zwart haar dat onder lichte invloed is van statische elektriciteit (en zo moreel verantwoord is dat het simpelweg soms ziekelijk zou worden, overigens) en ikzelf, zitten in het park. We hebben een uurtje geleden plaats genomen op drie vintage dekens en zijn nu omsingeld met de nodige pannenkoeken, chips, cornflakes, appels, watermeloen, Fanta en Smirnoff. Beiden liggen we nogal dood neer door een teveel aan voedsel dat we op korte tijd hebben binnen gespeeld. Zonet werd er algemeen besloten dat we evengoed even passief konden wezen terwijl we enkel onze stem zouden kunnen gebruiken om eventuele voorbijgangers te bekritiseren.

Tien minuten later krijgen we bezoek van meneer-met-de-fluo-kledij. Met name kan ik dit beter verwoorden als; ‘mijn beste vriendje komt even op bezoek’. Maar enkel dat is niet het enige bezoek dat we kregen: drie meest marginale individuen hadden drie meter verder dan ons plaats gevonden. We ontleden hierbij subtiel één halfnaakte kerel die het broodnodig vond zijn lijf te showen, één vent die zich tegoed deed aan wijn en joints, en één vrouwelijk wezen wiens niveau niet hoger besloot te reiken dan het gemiddelde koolmeesje dat vleugels verloor en wegkwijnt op de barre grond.

En zo, leverde dat wel een aantal hilariteiten op van mevrouw intellect, drie meter achter ons:

“Sommige mensen zijn échte wijven. Maar ik, ik ben zo’n echte lady gewoon”. (wij zijn immens blij voor je, schat, dat je de kracht hebt gevonden je niet te rekenen bij de mensen die met de jaren wél tot inzicht komen).

“Oh, ‘t is echt warm, ik wilde dat ik m’n broek kon uitdoen”. (altijd ‘n leuke zin wanneer men weet dat de twee mannelijke individuen daarna met hun mond open van verbazing ietwat onsmakelijke scénes in hun hoofd laten kronkelen).

“Die lucht doet goed. Stel u voor dat we dat niet hadden”. (euh. Ja).

“Gisteren zag ik homoporno op TV. En dan zo nen dikke kerel: ‘yeahyeahyeah’”. (grote bijdrage in het gesprek die plots verscheen na een lange stilte).

Tot zover kleine uiteenzetting over niveau in het park op ‘n wel veel te warme namiddag met veel te veel aan voedsel.

We zitten in het parkje met volledige vergezelling van mevrouw de zon. Terwijl zij zich door een aantal pagina’s kunstgeschiedenis aan het worstelen is, ben ik mezelf aan het entertainen met foto’s te nemen van insectjes. Mijn pauzes van deze vermoeiende bezigheid resulteren zich in mijn boek openslaan en stil te lezen.

Ze zucht. Zoals steeds. En zoals steeds beseffen we ook weer algemeen dat het ‘n subtiele zucht naar aandacht is. Mijn ogen focussen zich daadwerkelijk nog steeds op het boek, naar één punt deze keer, weliswaar. Ik bedacht kort waar de tijd heen was dat ik zo voor de cursus kunstgeschiedenis neerplofte en reddeloos probeerde de bovenhand te halen van het ding.

Bij die gedachte grijp ik plots spontaan naar haar extra notities en begin ik in mijn hoofd alles te overlopen. De conclusie kwam snel; ik kende er niéts meer van. Mijn blik wierp zichzelf bovenaan de pagina en las het titeltje; “Stroming: Romantiek“.

Uit mijn ooghoek zag ik haar kijken. Ik keek naar haar en schudde mijn hoofd: “ik ben nooit goed geweest in romantiek”. Het was eruit voor ik er enige argwaan in had.

De hilariteit resulteerde in een gigantische aanval, middenin het park. Zo ééntje in de sfeer van zoete wraak. De beste.

Hilarische hulp.

juni 4, 2009

Deze week is zowat de week waarin ik in staat word geacht iets bij te leren over E.H.B.O. Toegegeven moet ik vermelden dat de opzet aan het slagen is en het mij in principe wel boeit. Maar gezien deze leerstof zich aan het manifesteren is binnen de geweldige muren van Groep T en bijgevolg de komische individuen, kan er zich eveneens soms wel hilariteit in terug vinden.

Ik citeer:

“Wanneer je in de auto aan het rijden bent en je ziet iemand aan de kant van de weg in de auto zitten die net een ongeluk heeft gehad, wat is het eerste dat je doet?”“je auto stil leggen”“ehh, ja, en nadien?”. De jongen twijfelde even en besloot dat hij het deel in verband met ‘uit de auto stappen’ best maar oversloeg. Triomfantelijk glimlachte hij en vermeldde doodleuk; “de deur van de andere auto opendoen!”. Op deze zin werd er gereageert met een wel zeer luide maar geamuzeerde zucht van de docent.

Naast hilarische conversaties, filmpjes over geamputeerde vingers, drukverbanden per ongeluk kapot scheuren en het reanimeren en beademen van poppen, bleef er maar één gedachte over; het gemis van deze precieze komische avontuurtjes die er volgend jaar niet meer zullen zijn.

Maar wanneer we optimistisch blijven, zullen we toch maar even vermelden dat we er dan nu met volle teugen van genieten! (Hoe vaak maakt men dit optimisme mee in deze blog?)