Over Grenzen.

juli 24, 2009

De sfeer rondom mijn hoofd is bijzonder ijl en dreigend. En het lijkt alsof wanneer nog maar één enkel levend individu besluit ogen op mij te richten, ik klam zou terug staren, wachtend op een afdruipende reactie. De donkere sfeer die hier rest, is nog even van mij. Geen enkel paar ogen, lippen, handen of voeten, hoeft hier te dwalen om te vinden.

Niet alles is tijdloos. Een miljard seconden geleden, zowat vijf jaar en ontelbare sociale relaties terug, trok ik met mijn vingers kille strepen, dwars door de lucht. Bij ieder ander individu op een andere hoogte. Dat waren grenzen. Grenzen die smeekten om respect. Die streng keken en wenkbrauwen zouden fronsen wanneer respect zou wegdwalen in één of ander gesprek. Wie ook maar één simpele aanraking van een vinger, een verkeerde toon van een luide stem of een dwalend idee boven de welbekende streep besloot te gooien, verdwaalde in een diepe minachting. Mijn grenzen zijn altijd de hoogste geweest. Ze werden ontworpen door anderen en door de meest rancuneuze gevoelens.

Maar rancuneuze gevoelens zijn niet steeds tijdloos. Bijgevolg werden mijn grenzen, met elke seconde die wat meer weg tikt naar de toekomst toe, verlegt naar lagere luchtstromen. Naar lagere oorden. En nu, nu zijn mijn grenzen niets meer waard.

Ik wil ze terug. Opnieuw. Nu. Om misverstanden in de toekomst te voorkomen en niet alles te laten verdwalen in de meest rancuneuze, koude blik die met maar één woord terug kan gelezen worden op mijn gezicht.

‘n Beetje te moe.

juli 18, 2009

En terwijl het maanden duurde vooraleer het tot uiting kwam, is het op dit eigenste eigen moment toch aanwezig: vermoeidheid.

We zetten alles even op een rijtje:

Vanuit overal en nergens wonen, gepaard gaande met een drukke sociale agenda en besluiten dat de agenda nog niet druk genoeg is om zo er zo hier en daar nog maar los dingen bij te gooien, kwam uiteindelijk ‘n lichte vermoeidheid. Van die lichte vermoeidheid trokken we ons ab-so-luut niets aan (dat slapen we er immers wel ‘ns af), waarna er van de één op de andere dag ‘n gigantische uitgeputheid rond het lichaam danste, waarna het lichaam besloot om ‘n virusje op te doen. En dat virusje komt me elke nacht doodleuk vermelden dat ‘je echt niet één nachtje door mag slapen, kindje’.

Serieus. Furieuze ik wil toch wel even melden aan heel internet dat -wanneer dit nog drie dagen doorgaat- ik’r niet meer mee ga lachen en ga schreeuwen. En hàrd.

01/07

juli 1, 2009

Mijn lichaam gloeit ‘n miniem beetje. Wanneer ik ‘n blik op de thermometer werp en die mij subtiel verteld dat het 39 graden is buiten, lijkt dat simpelweg ‘n logisch gevolg van de zomerse hitte.

Maar wàuw. Ondanks enkele tegenstribbelingen die er in mijn hoofd tegen elkaar pleiten en discussiëren dezer dagen, ben ik één dolgelukkig individu om duizend-en-één-redenen. Tegenwoordig is alles effectief wel één groot feesje, waarvoor immense dankbaarheid aan ieder die bijdraagt te veroorzaken.